We weten inmiddels hoe belangrijk bomen in onze omgeving voor ons zijn. Bomen verhogen ons welbevinden, geven schaduw en koelte, en gaan klimaatverandering tegen. In de gemeente Vught staan meer dan 23.000 laan- en parkbomen. Soms moeten hier een aantal van worden opgeofferd, bijvoorbeeld als ze in de weg staan voor de verdieping van het spoor. Als ProRail hiervoor mooie eikenbomen langs de Laagstraat moet kappen heeft de gemeente hiervoor toestemming als ProRail de gemeente geld geeft voor de aanleg van nieuwe groenprojecten in de gemeente Vught, ter compensatie van verlies van waardevolle natuur. Dit geld wordt toegevoegd aan het Groenfonds, een fonds bedoeld voor financiering van plannen uit de Groenvisie 2023 – 2036 voor de aanleg van nieuwe natuur.
Onverwacht bomenonderhoud?
Bomen hebben onderhoud nodig, zeker als ze in de openbare ruimte staan. Onderhoud van gemeentelijk groen is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Bij storm afbrekende takken en omvallende bomen kunnen tot letsel en schade leiden waar de gemeente voor aansprakelijk is.
Belangrijk werk, maar juist hier bleek de gemeente de afgelopen jaren enorm tekort te zijn geschoten. Geschrokken begon de gemeente een grote inhaalslag, maar worstelde met de dekking van de (kennelijk onverwachte) kosten. De gemeente had het voornemen om een greep te doen van bijna vier ton uit het Groenfonds – geld bedoeld voor de aanleg van nieuwe natuur.
En wat deed de gemeenteraad?
Toen de gemeenteraad hoorde van de plannen om bomenonderhoud uit het Groenfonds te betalen heeft Robin van Dijk, raadslid van de PvdA-GroenLinks hier in commissievergaderingen veel aandacht aan besteed. Samen met de fracties van CDA en D’66 heeft hij een amendement ingediend om het Bomenonderhoud niet uit het Groenfonds, maar uit de Algemene Reserve te betalen.
De uitslag
Het zeer goede nieuws is nu dat amendement door de raad is aangenomen, zodat de Vughtse bomen gesnoeid kunnen worden zonder dat dat ten koste gaat van de aanleg van nieuwe natuur. Dat is winst, want van bomen krijgen we nooit genoeg.
Willem-Jan Atsma (Redactie)







