& Instellen fonds ‘Reserve realisatiestimulans’
Vooraf
In de commissievergadering van 10 september werd gesproken over het collegevoorstel tot het vaststellen van een derde addendum bij de woonvisie 2021-2025. Tevens over het instellen van een reserve fonds realisatiestimulans.
De aanpassing van de Woonvisie is noodzakelijk geworden door de invoering van de ‘Wet Versterking regie Volkshuisvesting’. Met het voorstel wordt gestreefd naar:
- Het voldoen aan landelijke normen;
- Het versterken van de betaalbaarheid van wonen;
- Betere regionale samenwerking.
De raad wordt voorgesteld in te stemmen met:
- Het wijzigen van de segmentering in de Woonvisie naar 30% sociale huur, 36,67% middensegment en 33,33% vrij segment. Daarmee komt deze in lijn met Wet versterking regie volkshuisvesting en de regionale woondeal.
- Het instellen van een fonds realisatiestimulans. Het Rijk stort gedurende vijf jaar €7.000,– euro in het fonds voor iedere woning die in het betaalbare segment wordt gebouwd. De raad besluit deze middelen de storten in een bestemmingsreserve van waaruit de bouw van meer betaalbare woningbouw wordt gestimuleerd.
Wat vindt PRO hiervan?
Namens onze fractie heeft Marina Hesen het volgende ingebracht:
Over het tweede punt kan PRO kort zijn: we zijn uiteraard blij met het stimuleringsfonds van €7000,00 per betaalbare woning waarvan de bouw is gestart.
Maar met de wijzigingsvoorstellen ten aanzien van de segmentering heeft de fractie veel moeite. Onze fractie vindt het voorstel een verschraling van de inzet van de belangrijke sturingsmechanismen voor een evenwichtige woningmarkt.
We zijn uiteraard blij met de eis uit de ‘wet versterking regie volkshuisvesting’ om van de nieuwbouw 2/3 te programmeren tot de landelijke betaalbaarheidsgrens. Dus 66,67 % betaalbaar waarvan 30% sociale huur en 36,67% in het middensegment huur/koop. We kunnen ook akkoord gaan met de aanpassing van betaalbare koop naar de betaalbaarheidsgrens die de rijksoverheid hanteert dus tot max. €420.000.
Liever een groter percentage sociale huur
Maar PRO had liever nog een wat groter percentage sociale huur gezien dan de 30% om op dit terrein een inhaalslag te maken en de wachtlijst en wachttijd te verkleinen.
Dan blijft er 33% over voor woningen binnen de vrije sector. We zijn het niet eens met het voorstel om de huidige prijssegmenten binnen de vrije sector op te heffen. Dat hebben we ook al gemeld bij de bespreking coalitieakkoord op 6 juli.
Als argumenten hiervoor wordt in de notitie genoemd dat het de positie van middeninkomens versterkt en de doorstroming bevordert. Wij zijn van mening dat deze opheffing juist risico’s met zich meebrengt die leiden tot een verzwakking van de positie middeninkomens en een stagnatie in de doorstroming vanwege het risico dat passend aanbod met name middelduur, laag en hoog onvoldoende beschikbaar is. Als er onvoldoende woningen beschikbaar zijn tussen de €420.000 en de €783.000 dan stagneert de doorstroming.
Dat gat tussen betaalbaar en duur kan ook worden vergroot door de dynamiek die ontstaat bij ontwikkelaars door de eis van 2/3 sociale huur en betaalbaar. Dat maakt het voor hen aantrekkelijker om daarnaast meer woningen te realiseren in het huidige prijssegment duur, dus boven de €783.000.
Door binnen de vrije sector te werken met diverse categorieën wordt er gericht gestuurd op een evenwichtige opbouw van het woningbestand. En die evenwichtige verdeling draagt bij aan de doorstroming en versterkt dus de positie van de middeninkomens. Het voorkomt dat we straks 66,67% sociale huur en betaalbare woningen hebben, dan even niets of heel weinig en dan veel dure woningen.
In het voorstel staat ook dat met het schappen van de bovengrens middelduur-laag en middelduur hoog ook de bestaande bovengrens voor het anti-speculatiebeding en de zelfbewoningsplicht vervalt. Omdat we het niet eens zijn met het opheffen van de huidige prijssegmenten in de vrije sector zijn we het hier ook niet mee eens.
Tegen vervallen antispeculatiebeding
In de notitie wordt dus voorgesteld het bestaande antispeculatiebeding en zelfbewoningsplicht te laten vervallen voor alle koopwoningen boven de landelijke betaalbaarheidsgrens. Maar: de argumenten om bij betaalbare nieuwbouwwoningen het antispeculatiebeding en zelfbewoningsplicht te hanteren is gericht op het beschikbaar en betaalbaar houden van de woning. Dat er niet in korte tijd enorme winst op de woning wordt gemaakt. Dat lijkt ons niet alleen passend voor betaalbare woningen maar ook voor het huidige prijssegment middelduur laag en middelduur hoog.
En wat PRO betreft blijft ook de termijn voor het antispeculatiebeding en zelfwoning gehandhaafd tot 5 jaar vanaf datum oplevering of eerste inschrijving in het basisregister. Dit is in lijn met de beleidsregels van de overheid.
We hebben wel begrip voor het argument dat tussen ondertekenen van de koopovereenkomst en het einde van de termijn van 5 jaar na inschrijving op het adres er veel veranderd kan zijn in de situatie van de huiseigenaar. Mogelijk is door middel van aanpassing van de boete in het 4e en 5e jaar de drempel wel iets te verlagen zonder dat de termijnen worden aangepast.
Op 24 september kwam het voorstel ter besluitvorming terug in de raadsvergadering.
De raadsvergadering van 24 september
Omdat met name onze mede oppositiepartijen D66, CDA en SP ook kritiek hadden op de voorstellen tot beleidswijzigingen anders dan de wijzigingen voortvloeiende uit de ‘Wet versterken regie Volkshuisvesting’(WvrV), dienden wij samen met deze partijen een amendement in. D66 heeft hiertoe het initiatief genomen. In het amendement werd voorgesteld de inhoud van het addendum te beperken tot de noodzakelijke wijzigingen als gevolg van de WvrV en de overige wijzigingsvoorstellen te schrappen. Helaas heeft het amendement het met 11 tegen 12 stemmen niet gehaald. Wij hebben, net als de andere oppositiepartijen tegen het addendum gestemd. Met steun van de volledige coalitie werd het collegevoorstel met de kleinst mogelijke meerderheid van één stem aangenomen.







